Selecteer een pagina

Optimaliseer je luisterervaring: Locatie, plaatsing en zelfbouw

Niets is vervelender dan luisteren naar je favoriete muziekprogramma terwijl het geluid wordt verstoord door ruis, gekraak of wegvallende stemmen. In een tijd waarin we gewend zijn aan perfecte digitale streams, kan slechte analoge ontvangst frustrerend zijn. Toch ligt de oorzaak van slechte ontvangst zelden bij de zender zelf, en ook niet altijd bij de kwaliteit van je tuner. In negen van de tien gevallen is de boosdoener de opstelling van de apparatuur die het signaal moet binnenhalen.

In dit praktische artikel bespreken we hoe je met eenvoudige ingrepen de ontvangstkwaliteit drastisch kunt verbeteren. We kijken naar de invloed van je woning, hoe je storingen elimineert en hoe je met simpele middelen zelf een oplossing kunt knutselen.

De invloed van omgeving en obstakels

Radiogolven in de FM-band gedragen zich quasi-optisch. Dat wil zeggen dat ze zich min of meer in rechte lijnen voortbewegen, vergelijkbaar met licht, maar ze kunnen wel door sommige materialen heen dringen. Echter, elk obstakel zwakt het signaal af. Gewapend beton, moderne isolatiefolie met aluminiumlaag en HR++ glas met metaalcoating zijn beruchte ‘signaaldoders’. Een radio die midden in een moderne nieuwbouwwoning staat, bevindt zich in feite in een Kooi van Faraday, waar signalen van buitenaf worden geblokkeerd.

De gouden regel voor plaatsing is: hoe hoger en vrijer, hoe beter. Een fm antenne die binnenshuis wordt gebruikt, presteert het best in de buurt van een raam, en bij voorkeur aan de zijde van het huis die gericht is op de zendmast. Soms kan het verplaatsen van de ontvanger met slechts een halve meter al het verschil maken tussen ruis en helder stereo. Daarnaast speelt polarisatie een rol. De meeste zendmasten in Nederland zenden verticaal gepolariseerd uit. Dit betekent dat een staande spriet vaak beter werkt dan een draad die horizontaal op de vloer ligt. Probeer daarom altijd te experimenteren met de oriëntatie: verticaal (staand) of horizontaal (liggend).

Stoorbronnen in het huishouden opsporen

Soms is het signaal sterk genoeg, maar wordt het overstemd door lokale storing. Onze moderne huishoudens zitten vol met elektronica die ‘vervuiling’ op de radiofrequenties veroorzaakt. Slecht afgeschermde LED-verlichting, goedkope adapters van opladers, computers en zelfs magnetrons kunnen hoogfrequente straling lekken die door je tuner als ruis wordt opgepikt.

Als je last hebt van een brom of kraak, probeer dan eens een proces van eliminatie. Schakel verdachte apparaten één voor één uit om te zien of de ontvangst verbetert. Een andere veelvoorkomende fout is het rommelig wegwerken van kabels. Als je audiokabels, stroomkabels en de antennekabel als een kluwen achter de kast propt, is de kans op interferentie groot. Probeer de signaalkabel (coax) zoveel mogelijk gescheiden te houden van stroomkabels. Gebruik bovendien kabels van goede kwaliteit met voldoende afscherming om instraling van buitenaf te voorkomen.

Zelf een eenvoudige ontvanger maken

Voor de doe-het-zelver is er goed nieuws: je hoeft geen dure apparatuur te kopen om een prima ontvangst te krijgen. Een eenvoudige dipool is makkelijk zelf te maken van een stuk tweeling-snoer (luidsprekerkabel). Zoals eerder besproken, is de ideale lengte voor de hele dipool ongeveer 1,5 meter.

Neem een stuk luidsprekerkabel van ongeveer 1,5 meter en strip de uiteinden. Dit vormt het horizontale deel van de ‘T’. Verbind in het midden een tweede stuk kabel dat naar je radio loopt. De ene ader van de toevoerkabel verbind je met de linkerhelft van de T, de andere ader met de rechterhelft. Hang deze T-vorm op (bijvoorbeeld achter een gordijn of tegen een kast) en sluit de toevoerkabel aan op je tuner. Dit kost bijna niets en werkt vaak beter dan de kleine sprietjes die standaard bij radio’s worden geleverd. Het geeft je de flexibiliteit om de ‘oren’ van je radio precies daar te plaatsen waar het signaal het sterkst is, zonder dat je hele stereoset verplaatst hoeft te worden.